Provinciale rol
Het 'Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022–2027' (met de deelprogramma’s overstromingsrisico’s, oppervlaktewater en grondwater) beschrijft het provinciale beleid voor water en de maatregelen die de provincie zelf gaat uitvoeren. Het nieuwe ‘Regionaal Water en Bodemprogramma 2028–2033’ wordt eind 2027 ter besluitvorming behandeld door Provinciale staten.
De provincie is bevoegd gezag voor het goedkeuren van een projectbesluit ‘Omgevingswet bij dijkversterkingsplannen’ van waterschappen. Ook is de provincie bevoegd gezag voor het bijbehorende milieueffectrapport (mer-beoordeling) en de verlening van een natuur- en omgevingsvergunning bij dijkversterkingen. Het dijkversterkingsplan (projectbesluit) met de vergunningen wordt door de provincie gecoördineerd ter visie gelegd.
Daarnaast is de provincie bevoegd gezag voor het aanwijzen en normeren van regionale waterkeringen, door het stellen van de omgevingswaarden voor de veiligheid. Ook stelt de provincie de omgevingswaarden voor wateroverlast vast in de omgevingsverordening. Deze omgevingswaarden bepalen de gemiddelde kans op overstroming per jaar. Aan de hand daarvan moeten de waterschappen specifieke gebieden waterstaatkundig beheren. De provincie houdt toezicht op waterschappen op basis van jaarlijkse voortgangsrapportages. Deze gaan over de toetsing en verbetering van regionale waterkeringen en over de omgevingswaarden voor wateroverlast door waterschappen.
De Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) verplicht de provincie om data te verzamelen over overstromingsrisico's en om eens in de zes jaar overstromingsrisico- en gevaarkaarten vast te stellen en deze aan te leveren aan de Europese Commissie. Dit doet de provincie in samenwerking met de waterbeheerders en het Rijk.
Naast de wettelijke taken, heeft de provincie ook een rol bij klimaatadaptatie en ‘Water en Bodem Sturend’, twee opgaven die nauw verbonden zijn.
Beleidsdoel | (Bedragen x € 1.000/ Min is voordelig) | ||||||||||||
Beschermen tegen overstromingen en bijdragen aan klimaatadaptie | 2025 Rekening | 2026 t/m TBW | 2027 Begroting | 2028 Raming | 2029 Raming | 2030 Raming | |||||||
Totaal lasten | 4.032 | N | 4.018 | N | 4.013 | N | 1.896 | N | 1.895 | N | 1.895 | N | |
Totaal baten | -1.330 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | |
Saldo van baten en lasten | 2.702 | N | 4.018 | N | 4.013 | N | 1.896 | N | 1.895 | N | 1.895 | N | |
Stortingen | |||||||||||||
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||||
Onttrekkingen | |||||||||||||
3.3 | Reserve Meekoppelkansen bij Dijkverst. en Kustontw. | -669 | V | -2.000 | V | -2.000 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
3.3 | Reserve Klimaatadaptie | -892 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V | 0 | V |
Resultaat | 1.142 | N | 2.018 | N | 2.013 | N | 1.896 | N | 1.895 | N | 1.895 | N | |
Lasten
De lasten in 2026 en 2027 zijn de lasten voor afkoop voor het beheer van de dijkplaatsen en de realisatie van de uitvoeringskosten.
Onttrekking reserve
In 2026 en 2027 worden onttrekkingen gedaan vanuit de Reserve Meekoppelkansen voor afkoop voor het beheer van de dijkplaatsen en de realisatie van de uitvoeringskosten.
- De provincie staat voor de uitdaging om samen met de waterbeheerders de waterveiligheid te waarborgen. Dat vraagt soms om aanpassingen, omdat het klimaat verandert. De provincie koppelt deze opgave zoveel als mogelijk aan (andere) ruimtelijke opgaven. Ons doel is dat de primaire waterkeringen in 2050 voldoen aan de wettelijke normen én een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit hebben.
- Klimaatverandering leidt steeds vaker tot extreme weersomstandigheden met gevolgen voor water en bodem. Door in te zetten op klimaatadaptatie, zorgt de provincie ervoor dat we voldoende zijn voorbereid op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming. De provincie streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland, waarin iedereen ook in 2050 veilig kan blijven wonen en werken.
- De provincie zet zich er voor in om ons beter voor te bereiden op wateroverlast. Specifiek richten we onze aandacht op het beter voorbereid zijn op toenemende weersextremen, zoals die zich in 2021 in Limburgvoordeden. Zo willen we maatschappelijke ontwrichting zoveel mogelijk voorkomen.
1.1 Om als Noord-Hollanders droge voeten te houden, moeten we steeds opnieuw bepalen waar dijken moeten worden versterkt. Het werken aan de waterveiligheid van primaire waterkringen is een permanent proces. In 2027 bereiden de waterbeheersers en de provincie nieuwe rondes voor de versterking van primaire keringen voor.
1.2 Bij dijkversterkingen kiest de provincie voor een gebiedsgerichte aanpak. In 2027 ziet de provincie erop toe dat bij het opstellen van projectbesluiten voor primaire dijkversterkingen waterveiligheid wordt gecombineerd met andere functies.
1.4 In 2026 zal de provincie samen met Zuid-Holland en Utrecht nieuwe regels voor de inliggende waterschappen overeenkomen voor het toetsen en versterken van regionale waterkeringen en de jaarlijkse rapportage daarover. In 2027 nemen de provincies deze regels mee in de trajecten voor aanpassing van hun omgevingsverordeningen.
1.5 De provincie neemt ook in 2027 deel aan en behartigt ons belang in de thematische en gebiedsgerichte deltaprogramma’s (Hollandse Kust, Wadden, IJsselmeergebied, Centraal Holland, Waterveiligheid, Zoetwater, Ruimtelijke Adaptatie) en het ‘Kennisprogramma Zeespiegelstijging’ (KPZSS).
1.6 De provincie voert de maatregelen (deelprogramma’s overstromingsrisico’s, oppervlaktewater en grondwater) uit die in het ‘Regionaal Waterprogramma 2022–2027’ zijn vastgesteld.
2.1 De provincie geeft uitvoering aan de ‘Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2025–2027’ . We werken daarbij samen met onze waterpartners en volgen de route die is vastgelegd in het ‘Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie’ (DPRA).
2.2 We geven uitvoering aan principes van ‘Water en Bodem Sturend’. Dit gedachtengoed en onze rol daarbij staan beschreven in de omgevingsvisie van de provincie. Concreter en meer gebiedsgericht gebeurt dat in het ‘Regionaal Water- en Bodemprogramma 2028–2033’. De provincie werkt hierbij samen met alle betrokken partners.
3.1 De provincie Noord-Holland is bij extreme weersomstandigheden gevoelig voor wateroverlast. In 2027 werken we aan nieuwe inzichten en handelingsperspectieven. Dat doen we in het ‘Deltaprogramma Centraal-Holland’ en in het kader van de bovenregionale stresstest, en met de impactanalyse wateroverlast. Zo zorgen we ervoor dat we op extreme weersomstandigheden zijn voorbereid.
