Natuur en landelijk gebied

Beschermen en ontwikkelen van natuur

Provinciale rol

De provincie beschermt natuurgebieden en kwetsbare landschappen. Dit doen we op grond van landelijke en provinciale wet- en regelgeving, zoals de Omgevingswet en de Noord-Hollandse omgevingsvisie met bijbehorende omgevingsverordening. De provincie draagt bij aan de doelen voor natuur, water en klimaat. We hebben hierbij de taak natuurgebieden te ontwikkelen, te herstellen en te beheren, evenals het stimuleren van recreatieve mogelijkheden voor bewoners en bezoekers.
De provincie werkt al actief aan een eigen Programmamatische aanpak Natuurherstel en Stikstofreductie (wordt nog overwogen om een programma van te maken). Samen met sectoren en gebiedspartners werken we aan geborgd natuurherstel, geborgde vermindering van stikstofemissies, juridisch houdbare vergunningverlening en monitoring. Aan de basis van deze aanpak ligt een overeenkomst die de provincie Noord-Holland heeft gesloten met vier agrarische organisaties. Uiterlijk in 2035 moet de stikstofuitstoot uit de landbouw met 30 procent zijn verminderd. De overeenkomst is gericht op natuurherstel én op het behoud van toekomstperspectief voor boeren. De provinciale aanpak wordt verder uitgewerkt en vastgesteld. De landelijke kaders en maatregelen sluiten aan op deze provinciale aanpak, waaronder de ‘Samenhangende aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof’ (Kamerbrief 27 maart 2026) en ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw' (Kamerbrief 26 juni 2026). We werken landelijke regelingen en beleidsontwikkeling nader uit, gericht op de doelen zoals genoemd in de Vogel- en Habitatrichtlijnen, de Natuurherstelverordening, de Kaderrichtlijn Water en de klimaatafspraken.

Beleidsdoel

(Bedragen x € 1.000/ Min is voordelig)

Beschermen en ontwikkelen van natuur

2025 Rekening

2026    t/m TBW

2027 Begroting

2028 Raming

2029 Raming

2030 Raming

Totaal lasten

43.307

N

65.527

N

93.967

N

99.355

N

76.590

N

73.968

N

Totaal baten

-7.741

V

-18.591

V

-14.460

V

-14.001

V

-16.678

V

-13.448

V

Saldo van baten en lasten

35.566

N

46.936

N

79.507

N

85.354

N

59.912

N

60.520

N

Stortingen

5.1

Reserve Groen

122.522

N

115.337

N

13.215

N

12.961

N

12.961

N

12.961

N

5.1

Reserve Groene Uitweg

3.797

N

0

V

0

V

0

V

0

V

0

V

5.1

Reserve Kapitaallasten Groen

-32

V

199

N

0

V

0

V

0

V

0

V

5.1

Reserve Oostelijke Vechtplassen

4.058

N

3.099

N

58

N

58

N

58

N

58

N

5.1

Reserve Subsidies Groene Uitweg

1.730

N

0

V

0

V

0

V

0

V

0

V

5.1

Reserve verleende subsidies 5.1.1

3.273

N

0

V

0

V

0

V

0

V

0

V

Onttrekkingen

5.1

Reserve Groen

-37.238

V

-42.036

V

-77.414

V

-89.484

V

-64.499

V

-74.734

V

5.1

Reserve Kapitaallasten Groen

-79

V

-69

V

-75

V

-75

V

-75

V

-75

V

5.1

Reserve Groene Uitweg

-6.397

V

-864

V

-2.862

V

0

V

0

V

0

V

5.1

Reserve Oostelijke Vechtplassen

-4.848

V

-2.798

V

-4.248

V

-3.876

V

-1.745

V

-2.174

V

5.1

Reserve Laag Holland

-97

V

-438

V

0

V

0

V

0

V

0

V

5.1

Reserve Subsidies Groene Uitweg

-1.243

V

0

V

0

V

0

V

0

V

0

V

5.1

Reserve verleende subsidies 5.1.1

-6.392

V

-4.549

V

-2.968

V

0

V

0

V

0

V

Resultaat

114.620

N

114.817

N

5.213

N

4.938

N

6.612

N

-3.445

V

Lasten:
De begrote lasten voor dit beleidsdoel volgen de programmering en de planning, zoals die zijn uitgewerkt voor het Programma Natuurnetwerk (PNN) 2027. Dit verklaart de verschillen tussen de jaren van de lasten en de begrote onttrekkingen aan de reserve Groen, de reserve Oostelijke Vechtplassen en de reserve Groene Uitweg.
Baten:
De grootste verschillen tussen de jaren aan de batenkant komen voor rekening van de SPUK’s (specifieke uitkeringen; geld afkomstig van het Rijk) voor het Programma Natuur (L16 en L33). Ze hangen samen met de geraamde bestedingsritmes van de aangevraagde subsidies uit de uitvoeringsregelingen die voor deze SPUK’s zijn opengesteld. Deze baten lopen gelijk op met de geraamde lasten voor deze SPUK’s.
Stortingen:
Bij de Kaderbrief 2026 is besloten om € 200 miljoen te storten in de Reserve Groen. Deze extra stortingen zijn terug te zien in de jaren 2025 en 2026. Daartegenover zien we hogere uitgaven en onttrekkingen in de jaren daarna.

  1. Het doel van de provincie is volledige realisatie van het Noord-Hollandse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in 2040, ter versterking van ecosystemen en biodiversiteit.
  2. De provincie werkt aan het herstel van de natuur in de veertien Noord-Hollandse Natura 2000-gebieden, waarbij de effecten van drukfactoren zoals stikstofneerslag, invasieve exoten, bemesting en ongunstige hydrologische condities waaronder lage waterpeilen zijn verminderd. De twaalf meest stikstofgevoelige gebieden hebben prioriteit.
  3. Met het Programmamatische aanpak Natuurherstel en Stikstofreductie werkt de provincie samen met landbouwpartijen,  , natuurbeheerders, gemeenten, waterschappen , bouw en industrie aan een duurzame en aantoonbaar, geborgde vermindering van de stikstofuitstoot . Zo versterken we het natuurherstel En creëren we ruimte voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen, zoals woningbouw en verduurzaming van bedrijven.
  4. In veengebieden streeft de provincie naar een verminderde uitstoot van broeikasgassen, afgeremde bodemdaling en een klimaatbestendige en robuuste inrichting van het water- en bodemsysteem. Veenoxidatie is beperkt door vernatting, waardoor ook de biodiversiteit is verbeterd en het systeem beter aansluit bij de natuurlijke omstandigheden. Deze ontwikkeling draagt bij aan een duurzaam en toekomstbestendig landelijk gebied, waarin landbouw, natuur en water in balans zijn.
  5. Het doel van de provincie is een toename van bomen en bos in Noord-Holland, waardoor de koolstofvastlegging is versterkt en wordt bijgedragen aan het tegengaan van klimaatverandering, een grotere biodiversiteit en meer recreatieruimte.  
  6. De provincie streeft naar voldoende ruimte voor recreatie in Noord-Holland, met een beleefbaar en toegankelijk landschap. Dit draagt bij aan een gezond en aantrekkelijk leefklimaat, een sterke natuur en een duurzame economie. De vrijetijdssector is vitaal en duurzaam, en agrotoerisme versterkt zowel het platteland als de landbouwsector.
  7. Agrarisch natuurbeheer draagt bij aan ecologisch herstel in het landbouwgebied. Het doel van de provincie is een toename van het areaal en de effectiviteit van het beheer, waardoor overgangszones zijn versterkt, landschapselementen zijn gerealiseerd en de leefgebieden van weide- en akkervogels zijn verbeterd. Hiermee wordt ook bijgedragen aan het behalen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR)-doelen buiten natuurgebieden.
  1. De provincie realiseert het Natuurnetwerk Nederland (NNN) volgens de geactualiseerde Realisatiestrategie NNN (2025). We maken onderscheid tussen focusgebieden en buiten-focusgebieden. In de focusgebieden nemen we een actieve regierol en zetten we extra capaciteit en middelen in voor natuurrealisatie. In de buiten-focusgebieden faciliteren en stimuleren we andere partijen, onder andere door het benutten van kansen en het openstellen van subsidieregelingen.
  2. Rond de Natura 2000-gebieden zorgt de provincie samen met beheerders en andere overheden voor de uitvoering van maatregelen voor natuurherstel, met prioriteit voor stikstofgevoelige natuur. Onderdeel daarvan zijn overlevingsmaatregelen om verslechtering te voorkomen, zoals maaien en plaggen. Dit gebeurt naast de systeemherstelmaatregelen, om de ecologische condities structureel te verbeteren, zoals ingrepen in de waterhuishouding en het graven van kerven in de duinen. Hiermee verminderen we de stikstofdepositie op kwetsbare natuur. De uitvoering sluit aan bij de Natura 2000-beheerplannen en natuurdoelanalyses. Zie verder paragraaf 5.6.
  3. De provincie werkt de stikstofaanpak verder uit zoals beschreven in paragraaf 5.6. We realiseren de NNN-opgaven en zorgen voor uitvoering van natuurherstelmaatregelen zoals benoemd onder 1 en 2. Daarnaast verbeteren we de natuurkwaliteit in brede zin, onder andere via het stelsel Agrarisch Natuurbeheer.
  4. De provincie streeft naar vermindering van de uitstoot van de broeikasgassen en remmen van de bodemdaling door maatregelen in veengebieden, zoals vernatting en aanpassing van het beheer. We combineren deze maatregelen met andere opgaven in het landelijk gebied, zoals versterking van weidevogelgebieden, verbetering van waterkwaliteit, aanleg van groenblauwe dooradering, vermindering van stikstofuitstoot en versterking van biodiversiteit. We werken gebiedsgericht en houden rekening met randvoorwaarden zoals zoetwaterbeschikbaarheid en wateroverlast. Daarbij ondersteunen we de transitie naar een duurzaam, water- en bodemrobuust en toekomstbestendig landelijk gebied en agrarische bedrijfsvoering.
  5. Om de koolstofvastlegging in bomen en bos te bevorderen, voert de provincie ons aandeel in de landelijke Bossenstrategie uit. We werken samen met partners aan uitbreiding en versterking van bos en bomen. Met behulp van SPUKs vanuit het Rijk geven we subsidies voor  boscompensatie en bosrevitalisering aan gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en waterschappen. We zetten in op bosaanleg, boscompensatie, bosrevitalisering en het vergroten van het aantal bomen buiten het bos, bijvoorbeeld via agroforestry. Hiermee vergroten we de koolstofvastlegging en dragen we bij aan biodiversiteit en recreatieve waarde.
  6. De provincie houdt natuurgebieden zo veel mogelijk toegankelijk voor recreatie, zoals wandelen en fietsen. Tegelijk beschermen we kwetsbare natuur door waar nodig maatregelen te nemen tegen overbelasting, bijvoorbeeld door voorzieningen elders te faciliteren. We stimuleren recreatieve toegankelijkheid en spreiding van bezoekers, onder andere via informatievoorziening over bestemmingen en routes, ondersteuning van agrotoerisme en onderhoud van het netwerk aan boerenlandpaden.

De provincie werkt het stelsel Agrarisch Natuurbeheer (ANB) uit in samenhang met het rijksbeleid. We combineren beheermaatregelen met inrichting, zodat het grondgebruik beter aansluit bij de natuurdoelen. Waar nodig zetten we herwaardering en ruiling van gronden in om dit financieel mogelijk te maken. Specifieke aandachtsgebieden zijn de leefgebieden voor de grutto en gebieden in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Deze pagina is gebouwd op 09/01/2026 14:01:21 met de export van 09/01/2026 13:57:45